
Wet goederenvervoer over de weg
Artikel 18
1
Een aanvraag om inschrijving wordt afgewezen indien de aanvrager of, indien de aanvrager door de vennoten van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maten van een maatschap dan wel een rechtspersoon wordt ingediend, één der vennoten, maten of bestuurders van die rechtspersoon:
a
in het bezit is geweest van een zodanige inschrijving, welke in de periode van twee jaren voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend, is doorgehaald op grond van het bepaalde in artikel 23, eerste lid, onderdeel c; of
b
in het bezit is van een inschrijving, waarvan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend, doorhaling op de gronden bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt overwogen.
2
Het bepaalde in het eerste lid is eveneens van toepassing indien de aanvrager bestuurder van een rechtspersoon, vennoot van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid dan wel maat van een maatschap is of is geweest en tevens verantwoordelijkheid draagt of heeft gedragen voor het vervoer en op de inschrijving van die rechtspersoon, vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, dan wel maatschap de procedure bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, is of wordt toegepast.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.